Aanduiding van constructiestaal
Warmvast staal volgens EN 10028-2
‘Platte producten van staal voor drukvaten, ongelegeerde en gelegeerde staalsoorten met gespecificeerde eigenschappen bij hoge temperatuur’
De basisaanduiding van de ongelegeerde kwaliteiten bestaat uit de letter P gevolgd door een
getal dat de minimale gespecificeerde rekgrens aangeeft, gevolgd door de letters GH om aan te
geven dat de kwaliteit bedoeld is voor gebruik bij hoge temperatuur. De gebruikelijke leveringstoestand is normaal gegloeid of normaliserend gewalst. Deze toestand wordt in de aanduiding
niet opgenomen. Wijkt de gewenste leveringstoestand af van de gebruikelijke, dan dient dit in
de aanduiding tot uitdrukking te komen, bijvoorbeeld (zie ook NPR-ECISS/IC10):
+A: zachtgegloeid
+U: onbehandeld
Voorbeeld:
Plaat EN 10028-2-P265GH. Plaat voor drukvaten (P) met een minimale rekgrens van 265 N/mm2 met gegarandeerde eigenschappen bij verhoogde temperatuur (H).
De gelegeerde kwaliteiten warmvast staal worden aangeduid op basis van de chemische
samenstelling, zoals vermeld onder “Aanduiding van staalkwaliteiten algemeen”. Ook hier
geldt dat de gebruikelijke leveringstoestand (normaal gegloeid c.q. normaliserend gewalst
of veredeld, afhankelijk van de kwaliteit) niet in de aanduiding tot uitdrukking komt. Wijkt de
gewenste leveringstoestand af van de gebruikelijke, dan dient dit in de aanduiding opgenomen
te worden.
Voorbeeld:
Plaat EN 10028-2-16Mo3. Plaat uit laaggelegeerd staal voor drukvaten met gegarandeerde
eigenschappen bij verhoogde temperatuur.
Lijst met overeenkomstige aanduidingen

Veredelstaal volgens EN 10083
Veredelstalen worden aangeduid op basis van de chemische samenstelling. De opbouw van deze aanduidingen is verduidelijkt onder “Aanduidingen van staalkwaliteiten algemeen”.
Bij de ongelegeerde veredelstalen kan achter het getal dat het koolstofgehalte x 100 aangeeft, een letter toegevoegd worden:
E: met verlaagd percentage zwavel
R: met een voorgeschreven percentage zwavel
Verder kan de basisaanduiding van zowel de ongelegeerde als de laaggelegeerde kwaliteiten
gevolgd worden door:
- Een eis ten aanzien van de hardbaarheid:
+H: gebruikelijke eisen aan de hardbaarheid
+HH en +HL: ingeperkte eisen aan de hardbaarheid - Een aanduiding betreffende de warmtebehandelingstoestand, bijvoorbeeld:
+A: zachtgegloeid
+QT: afgeschrikt en ontlaten
+U: onbehandeld
+N: normaalgegloeid of normaliserend gewalst
+S: behandeld om koudgeknipt te worden
Voorbeeld:
Plaat EN 10083-42CrMo4+QT: een laaggelegeerd staal met gemiddeld 0,42 % koolstof (42),
gelegeerd met nominaal 1 % (4) chroom en een niet nader opgegeven percentage molybdeen,
in veredelde toestand (QT).
Lijst met overeenkomstige aanduidingen

Koudvervaardigde buisprofielen volgens EN 10219
‘Koudvervaardigde gelaste buisprofielen voor constructiedoeleinden van ongelegeerd of
fijnkorrelig constructiestaal’
De basisaanduiding voor warmvervaardigde buisprofielen bestaat uit de letter S gevolgd door
de minimum vloeigrens voor een materiaaldikte niet groter dan 16 mm.
- De hoofdletters JR voor kwaliteiten met een gespecificeerde kerfslagwaarde bij kamertemperatuur
- De hoofdletter J en het getal 0 of 2 voor de kwaliteiten met een gespecificeerde kerfslagwaarde bij respectievelijk 0 °C en -20 °C
- De letter H om aan te geven dat het buisprofielen betreft
Voor buisprofielen uit fijnkorrelig constructiestaal wordt de basisaanduiding gevolgd door:
- De letter N om normaal gegloeid of normaliserend gewalst voormateriaal aan te geven
- De hoofdletter M om thermomechanisch gewalst voormateriaal aan te geven
- De letter L voor kwaliteiten met een gespecificeerde kerfslagwaarde bij een temperatuur
van -50 °C - De letter H om aan te geven dat het buisprofielen betreft
Voorbeeld:
EN 10219-S355NLH: een koudvervaardigd (EN 10219) buisprofiel (H) met een minimum vloeigrens van 355 N/mm² voor dikten niet groter dan 16 mm, gemaakt uit normaal gegloeid of normaliserend gewalst voormateriaal (N) met een gespecificeerde kerfslagwaarde bij -50 °C.
Lijst met overeenkomstige aanduidingen

Warmvervaardigde buisprofielen volgens EN 10210
‘Warmvervaardigde buisprofielen voor constructiedoeleinden van ongelegeerd en fijnkorrelig constructiestaal’
De basisaanduiding voor warmvervaardigde buisprofielen bestaat uit de letter S, gevolgd door de minimum vloeigrens voor een materiaaldikte niet groter dan 16 mm.
De aanduiding voor buisprofielen uit ongelegeerd constructiestaal bestaat verder uit:
- De hoofdletters JR voor kwaliteiten met een gespecificeerde kerfslagwaarde bij kamertemperatuur.
- De hoofdletter J en het cijfer 0 of 2 voor de kwaliteiten met een gespecificeerde kerfslagwaarde bij respectievelijk 0 °C en -20 °C.
- De letter H om aan te geven dat het buisprofielen betreft.
Voor buisprofielen uit fijnkorrelig constructiestaal wordt de basisaanduiding gevolgd door:
- De letter N om normaal gegloeid of normaliserend gewalst aan te geven
- De letter L voor kwaliteiten met een gespecificeerde kerfslagwaarde bij een temperatuur van -50 °C
- De letter H om aan te geven dat het buisprofielen betreft
Voorbeeld:
EN 10210-S275J0H: een warmvervaardigd (EN 10210) buisprofiel (H) uit ongelegeerd constructiestaal (S) met een minimum vloeigrens van 275 N/mm² en een gespecificeerde kerfslagwaarde bij 0 °C.
Lijst met overeenkomstige aanduidingen

Thermisch bedekt constructiestaal volgens EN 10346
‘Continu-dompelbedekte band en plaat van constructiestaal’
De basisaanduiding, bestaande uit de letter S gevolgd door de gespecificeerde minimale
vloeigrens, wordt altijd gevolgd door de letters GD en daarna door:
| +Z | voor de zuivere zinklaag |
| +ZF | voor de zink/ijzer legeringslaag |
| +ZA | voor de zink-aluminium legeringslaag |
| +AZ | voor de aluminium-zink legeringslaag |
| +AS | voor de aluminium-silicium legeringslaag |
en een getal dat het laaggewicht in g/m2 tweezijdig oppervlak weergeeft.
Hierna volgen nog letters voor de aanduiding van het aspect van de deklaag, van de oppervlaktekwaliteit en van de oppervlaktebehandeling:
Aspect van de zinklaag:
| N | normale bloem, het door het verzinkproces ontstane oppervlak kan verschillende uitvoeringen vertonen, hierdoor wordt de kwaliteit van de coating niet beïnvloed. Indien beslist zinkbloemen worden gewenst dient dit voor de walsing te worden overeengekomen. |
| M | Onderdrukte bloem |
Oppervlaktekwaliteit van dompelbedekte plaat en band:
| A | kleine putjes, kleurverschillen, krasjes, strepen en lichte passivatievlekken etc. zijn toelaatbaar; |
| B | verbeterde oppervlaktekwaliteit verkregen door nawalsen; kleine onvolkomenheden zijn toelaatbaar, ; |
| C | de beste zijde mag het uiterlijk van een laklaag van goede kwaliteit niet bederven. De andere zijde moet tenminste voldoen aan B. |
Oppervlaktebehandeling van dompelbedekte plaat en band:
Dompelverzinkte producten krijgen gewoonlijk direct na het verzinken een oppervlaktebescherming zoals hieronder omschreven. De duur van de beschermende werking is afhankelijk van de atmosferische omstandigheden.
| C | chemisch gepassiveerd |
| O | geolied |
| CO | chemisch gepassiveerd en geolied |
| S | sealed (voorzien van een transparante organische deklaag) |
| P | gefosfateerd |
| PO | gefosfateerd en geolied |
| U | onbehandeld (komt alleen voor op uitdrukkelijke wens en verantwoording van de afnemer). Onbehandelde lagen zijn extra gevoelig voor de vorming van witte roest. |
Voorbeeld:
Plaat EN 10346-S250GD+Z275-M-A-C: constructiestaal (S), met een gespecificeerde minimum rekgrens van 250 N/mm2. Het materiaal is door dompelen in een vloeibaar metaal (GD) bedekt met een zinklaag (Z) met een laaggewicht van 275 g/m2 tweezijdig oppervlak. De zinklaag vertoont een onderdrukte zinkbloem (M) en een normale oppervlaktekwaliteit (A). Het oppervlak is chemisch gepassiveerd (C).
Lijst met overeenkomstige aanduidingen

Normaalgegloeid of normaliserend gewalst staal volgens EN 10149-3
‘Warmgewalste platte producten met een hoge vloeigrens voor koudvervormen,
normaalgegloeide of normaliserend gewalste staalsoorten’
Uit NPR-ECISS/IC10 blijkt dat achter de basisaanduiding de letter N volgt om aan te geven dat het materiaal normaal gegloeid of normaliserend gewalst is, terwijl de mogelijkheid tot koudvervormen aangegeven wordt met de letter C.
Voorbeeld:
Plaat EN 10149-3-S355NC: een normaal gegloeid of normaliserend gewalst (N) constructiestaal (S) met een gespecificeerde rekgrens van 355 N/mm² bestemd voor koudvervormen (C).
Lijst met overeenkomstige aanduidingen

Thermomechanisch gewalst staal volgens EN 10149-2
‘Warmgewalste platte producten gemaakt van staalsoorten met een hoge vloeigrens voor
koudvervormen. Leveringsvoorwaarden voor thermomechanisch gewalste staalsoorten’
Uit NPR-ECISS/IC10 blijkt dat achter de basisaanduiding de letter M volgt om aan te geven
dat het materiaal thermomechanisch gewalst is, terwijl de mogelijkheid tot koudvervormen
aangegeven wordt met de letter C.
Voorbeeld:
Plaat EN 10149-2-S700MC: een constructiestaal (S) met een minimale rekgrens van
700 N/mm², thermomechanisch gewalst (M), bestemd voor koudvervormen (C).
Lijst met overeenkomstige aanduidingen

Warmgewalste constructiestaal volgens EN 10025-6
‘Constructiestaal met hoge vloeigrens in de veredelde toestand’
De basisaanduiding, bestaande uit de letter S gevolgd door een getal dat de gespecificeerde
minimum vloeigrens aangeeft voor dikten ≤ 50 mm, wordt voor de veredelde
constructiestaalkwaliteiten gevolgd door:
- de letter Q voor de leveringstoestand ‘veredeld’.
- de hoofdletter L voor kwaliteiten met een gespecificeerde kerfslagwaarde bij temperaturen
niet lager dan -40 °C. - de combinatie L1 voor kwaliteiten met een gespecificeerde kerfslagwaarde bij temperaturen
niet lager dan -60 °C.
Voorbeeld:
Plaat EN 10025-6-S460QL: een constructiestaal (S) met een minimum rekgrens van 460 N/mm² in veredelde toestand (Q) met een gegarandeerde kerfslagwaarde tot -40 °C.
Lijst met overeenkomstige aanduidingen

Warmgewalste constructiestaal volgens EN 10025-5
‘Weervast constructiestaal’
De basisaanduiding, bestaande uit de letter S gevolgd door een getal dat de gespecificeerde
minimum vloeigrens aangeeft, wordt voor de weervaste constructiestaalkwaliteiten gevolgd
door:
- een kwaliteitsaanduiding voor de gespecificeerde kerfslagwaarde. Voor deze kwaliteitsaanduiding wordt gebruik gemaakt van de combinatie van een letter met een cijfer volgens
onderstaand schema:

- De letter W, om aan te geven dat het een weervast staal betreft.
- Indien van toepassing de letter P voor de kwaliteiten met een hoger fosforgehalte
(alleen bij de sterkteklasse S355).
Indien bij de bestelling overeengekomen kan de aanduiding nog gevolgd worden door:
+AR: als de producten expliciet zonder speciale wals- en/of warmtebehandelingstoestand
geleverd moeten worden
+N: als de producten expliciet normaliserend gewalst danwel normaal gegloeid geleverd
moeten worden
Voorbeeld:
Plaat EN 10025-5-S355J2WP: een warmgewalst weervast (W) constructiestaal (S) met een
minimum vloeigrens van 355 N/mm² en een gegarandeerde kerfslagwaarde van 27 J (J)
bij -20 °C (2), met een verhoogd percentage fosfor (P).
Lijst met overeenkomstige aanduidingen

Warmgewalst constructiestaal volgens EN 10025-4
‘Thermomechanisch gewalst lasbaar fijnkorrelig constructiestaal’
De basisaanduiding voor warmgewalst constructiestaal wordt voor deze staalkwaliteiten
gevolgd door:
- de letter M om de leveringstoestand thermomechanisch gewalst aan te geven.
- indien van toepassing de letter L voor kwaliteiten met een gespecificeerde minimum
kerfslagwaarde bij temperaturen niet lager dan -50 °C.
Voorbeeld
Plaat EN 10025-4-S355ML: een warmgewalst constructiestaal (S) met een gespecificeerde
minimum vloeigrens van 355 N/mm², thermomechanisch gewalst (M), met een gespecificeerde
minimum kerfslagwaarde bij -50 °C (L).
Lijst met overeenkomstige aanduidingen
