Aanduiding van aluminium en aluminiumlegeringen
De aanduiding van aluminium en aluminiumlegeringen wordt geregeld in de normen EN 573-1, ‘Numeriek aanduidingssysteem’, EN 515, ‘Toestandsaanduidingen’ en in EN 573-2, ‘Aanduidingssysteem gebaseerd op chemische symbolen’.
Lijsten met overeenkomstige aanduidingenvan veel voorkomende koperlegeringen
Ongelegeerd koper

Koper-zink kneedlegeringen (tombak en messing)


Koper-tin kneedlegeringen (fosforbrons)

Koper-tin gietlegeringen

Koper-nikkel-zink kneedlegeringen (nieuwzilver)

Koper-berelium kneedlegeringen (precipitatie hardbaar)

Koper-Nikkel-IJzer legeringen

Aanduiding van koper en koperlegeringen
De aanduiding voor koper en koperlegeringen wordt geregeld in ISO 1190-1 ‘Copper and copper alloys – Code designation – Part 1: Designation of materials’ en in EN 1412 ‘Koper en koperlegeringen. Europees nummeringssysteem.’
Voor de aanduiding kan dus, evenals bij aluminium, gebruikt gemaakt worden van een aanduiding op basis van de chemische samenstelling (ISO 1190-1) of van een numeriek aanduidingsysteem (EN 1412).
Aanduiding op basis van chemische samenstelling
1 ongelegeerd koper
De aanduiding voor ongelegeerd koper bestaat uit het chemische symbool voor koper (Cu) gevolgd door een aantal hoofdletters waarmee de kwaliteit nader aangeduid wordt. De letters worden door een liggend streepje gescheiden van het symbool Cu. Bijvoorbeeld: Cu-ETP, CU-DHP, Cu-FRHC
2 gelegeerd koper
Het basissymbool Cu wordt gevolgd door het (de) chemisch(e) symbo(o)l(en) van het (de) aanwezige legeringselement(en). Het symbool voor het legeringelement wordt gevolgd door een, bij voorkeur, heel getal dat het nominale legeringpercentage aangeeft. De legeringselementen staan gerangschikt naar aflopend percentage (bijvoorbeeld CuZn36Pb3); bij gelijk percentage alfabetisch (bijvoorbeeld CuAl10Fe5Ni5); dit op voorwaarde dat het belangrijkste legeringselement altijd voorop staat, ongeacht het percentage, dus CuNi18Zn27 en niet CuZn27Ni18.
Aanduiding op basis van het numerieke systeem
De aanduiding op basis van het numerieke systeem bestaat in totaal uit zes karakters. Het eerste karakter is de letter C om aan te geven dat we met koper te maken hebben. Het tweede karakter is een letter:
| B | materiaal in blokvorm bedoeld voor de vervaardiging van gietstukken |
| C | gegoten producten |
| F | toevoegmateriaal voor solderen of lassen |
| M | ‘master alloy’ |
| R | onbewerkt geraffineerd koper |
| S | schrot |
| W | materiaal in ‘geknede’ (gewalst, getrokken e.d.) vorm |
| X | niet in normen vastgelegd materiaal. |
De volgende drie karakters bestaan uit een getal tussen 000 en 999. Voor de in normen vastgelegde kwaliteiten wordt een getal tussen 000 t/m 799 gebruikt, voor de niet vastgelegde kwaliteiten een getal tussen 800 t/m 999. Aan het getal is geen bijzondere betekenis toegekend, met andere woorden aan het getal is niet veel af te lezen.
Het zesde karakter tenslotte is weer een letter die de legeringsgroep aangeeft:
| A of B | ongelegeerd koper |
| C of D | laaggelegeerd koper (maximaal 5 % legeringselement) |
| E of F | koperlegeringen met meer dan 5 % legeringselement |
| G | koper-aluminium legeringen |
| H | koper-nikkel legeringen |
| J | koper-nikkel-zink legeringen |
| K | koper-tin legeringen |
| L of M | binaire koper zink legeringen |
| N of P | koper-zink-lood legeringen |
| R of S | complexe koper-zink legeringen |
Zowel de aanduiding op basis van de chemische samenstelling als de numerieke aanduiding worden nog gevolgd door een toestandsaanduiding die bestaat uit een letter, eventueel gevolgd door een getal:
| M | zoals gefabriceerd, dus zonder gespecificeerde mechanische eigenschappen |
| Hxxx | voor kwaliteiten waaraan een hardheidseis gesteld wordt. xxx is de minimale hardheid. Afhankelijk van de productnorm wordt de hardheid opgeven als hardheid Brinell (HB) of als hardheid Vickers (HV) |
| S | voor materiaal dat spanningsarm gegloeid is |
| Rxxx | voor kwaliteiten waaraan eisen ten aanzien van de treksterkte gesteld worden. xxx geeft de minimale treksterkte in N/mm² |
Aanduiding op basis van chemische symbole
De aanduiding op basis van chemische symbolen is primair bedoeld als aanvulling op het viercijfer systeem, zoals beschreven in EN 573-1. Wordt gebruik gemaakt van de aanduiding op basis van de chemische symbolen, dan wordt deze tussen vierkante haken achter de vier-cijfer aanduiding geplaatst.
Ongelegeerd aluminium
De aanduiding voor ongelegeerd aluminium bestaat uit het chemisch symbool voor aluminium (Al), gevolgd door een percentage dat de zuiverheid aangeeft, symbool en percentage zijn door een spatie van elkaar gescheiden.
Gelegeerd aluminium
De aanduiding bestaat uit het symbool Al, gevolgd door de symbolen van de belangrijkste legeringselementen. Indien van toepassing wordt een symbool gevolgd door een getal dat het percentage van het betreffende element weergeeft. Het symbool Al wordt door een spatie van de rest van de aanduiding gescheiden.
Komen er meerdere legeringselementen in de aanduiding voor, dan worden ze gerangschikt in volgorde van afnemend nominaal gehalte.
De chemische symbolen voor legeringselementen moeten tot vier elementen beperkt blijven.
Lijst met overeenkomstige aanduidingen


Toestandaanduiding
In het algemeen wordt de nummerieke aanduiding nog gevolgd door een aanduiding die de toestand waarin het materiaal verkeert aangeeft. De basisaanduidingen bestaan uit letters die, indien dit noodzakelijk is, gevolgd worden door één of meer cijfers die behandelingen of bewerkingen aanduiden.
F: zoals geproduceerd
De letter F geldt voor producten die ontstaan zijn uit fabricageprocessen, waarbij geen controle op de thermische omstandigheden of op het verstevigen plaatsvindt. Voor deze toestand worden geen eisen gesteld aan de mechanische eigenschappen.
O: zachtgegloeid
Materiaal is zachtgegloeid. De letter O kan door een cijfer worden gevolgd
O1: bij hoge temperatuur gegloeid en langzaam afgekoeld
O2: warmtebehandeld tijdens mechanische bewerking
O3: gehomogeniseerd
H: verstevigd
Deze letter wordt toegevoegd aan de aanduiding van niet-hardbare legeringen om aan te geven dat de sterkte verkregen is door versteviging al of niet in combinatie met een gloeibehandeling. De letter H wordt gevolgd door tenminste twee cijfers, waarvan het eerste cijfer aangeeft hoe de hardheid is bereikt en het tweede de mate van versteviging. Een derde cijfer wordt in bepaalde gevallen gebruikt om bijzondere vervaardigingsprocessen aan te geven.
Betekenis van het eerste cijfer:
| H-1x | uitsluitend verstevigd |
| H-2x | verstevigd op een hardheidsniveau boven het gewenste eindniveau en vervolgens door een gloeibehandeling op de gewenste hardheid gebracht |
| H-3x | verstevigd en gestabiliseerd |
| H-4x | verstevigd en gelakt of geschilderd en daarna gemoffeld |
Betekenis van het tweede cijfer:
| H-x2 | materiaal is ¼ hard |
| H-x4 | materiaal is ½ hard |
| H-x6 | materiaal is ¾ hard |
| H-x8 | materiaal is hard |
| H-x19 | materiaal is extra hard |
Het derde cijfer geeft, als het gebruikt wordt, een variatie op de twee-cijfertoestand. Het derde cijfer wordt gebruikt als de mate van controle van de hardheidstoestand of van de mechanische eigenschappen of van beide, verschillen van, maar dicht liggen bij die van de twee-cijfer toestand waaraan het is toegevoegd. Ook wordt het derde cijfer gebruikt als enkele andere eigenschappen duidelijk worden beïnvloed.
T: warmtebehandeld
Deze letter wordt toegevoegd aan de aanduiding van hardbare legeringen om aan te geven dat de sterkte verkregen is door een warmtebehandeling, eventueel in combinatie met een aanvullende versteviging. De letter T wordt gevolgd door één of meer cijfers, die de specifieke volgorde van de behandelingen aangeven.
| T1 | na warmvervormen afgeschrikt en natuurlijk verouderd |
| T2 | na warmvervormen afgeschrikt, verstevigd en natuurlijk verouderd |
| T3 | oplosgegloeid, verstevigd en natuurlijk verouderd |
| T4 | oplosgegloeid en natuurlijk verouderd |
| T5 | na warmvervormen afgeschrikt en vervolgens kunstmatig verouderd |
| T6 | oplosgegloeid en kunstmatig verouderd |
| T7 | oplosgegloeid en kunstmatig oververouderd |
| T8 | oplosgegloeid, verstevigd en tenslotte verouderd |
| T9 | oplosgegloeid, kunstmatig verouderd en tenslotte verstevigd |
Achter de aanduiding T1 tot en met T9 kunnen aanvullende cijfers worden toegevoegd om een variatie in de behandeling aan te geven, die de eigenschappen van het product met betrekking tot de oorspronkelijke T-toestand wezenlijk veranderen. Deze cijfers kunnen respectievelijk betrekking hebben op:
- oplosgloeien en/of precipitatie harden
- mate van versteviging na oplosgloeien
- bewerking ter vermindering van inwendige spanningen
Numeriek aanduidingssysteem
Voor de aanduiding op basis van het nummeriek systeem wordt gebruikt gemaakt van vier cijfers, die vooraf gegaan worden door EN AW-. Het eerste cijfer geeft de legeringsgroep aan:

In de groep 1xxx heeft het tweede cijfer betrekking op de verontreinigingen. Is dit tweede cijfer gelijk aan nul, dan wijst dit op ongelegeerd aluminium met normale grenzen voor de verontreinigingen. Is dit cijfer ongelijk aan nul, dan worden speciale eisen gesteld aan één of meer verontreinigingen.
De laatste twee cijfers hebben betrekking op de zuiverhuid van het aluminium, indien de zuiverheid tot op 0,01 % nauwkeurig wordt uitgedrukt. De laatste twee cijfers zijn dan gelijk aan het decimale deel x 100.
Voorbeeld:
EN AW-1050, een ongelegeerd aluminium met een normaal verontreiningingsniveau, met minimaal 99,50 % aluminium.
In de groepen 2xxx tot en met 8xxx duidt het tweede cijfer op een legeringswijziging ten opzichte van de oorspronkelijke legering. De gebruikte cijfers zijn 1 tot en met 9.
De laatste twee cijfers hebben geen bijzondere betekenis. Ze dienen alleen om de verschillende legeringen in de groep te identificeren.